Als je zwanger bent, krijg je regelmatig de meest kleffe clichés te horen. Opmerkingen over hoe groot of klein je buik wel niet is, dat je vast heel blij bent dat het een meisje dan wel jongetje wordt en over hoe je nu nog even moet genieten van de rust. Allemaal aardig bedoelt, niks mis mee. Maar sinds ik enorme bekkenpijn heb – ik ben inmiddels door 2 fysio’s, 1 revalidatiecentrum en 2 huisartsen ‘hopeloos’ verklaard – heb ik ook een paar andere (rare) opmerkingen mogen aanhoren. Als je zwanger bent en bekkeninstabiliteit hebt, hoop ik voor je dat dit je niet bekend voorkomt.

Zwanger en bekkeninstabiliteit: 5 dingen die je dan niet wilt horen

Ik ben een expert geworden in liggend spelen met Roan. Hier spelen we een soort van kiekeboe & verstop spelletje (in de voortent op een camping in Spanje)

Het komt er niet uit zoals het er in gaat hè.

Nee joh, serieus? Oh goed dat je me dit vertelt, want ik dacht van wel.

Gelukkig ben je geen Syrische vluchteling in een vluchtelingenkamp.

Uhm nee, klopt, daar ben ik ook blij mee. Dit zei overigens mijn verloskundige tegen me.

Je hebt in ieder geval geen kanker.

Klopt, daar heb je helemaal gelijk in. Ook geen ziekte van Lyme, fibromyalgie, aambeien… Moet ik nog even doorgaan?

Je bent in ieder geval in verwachting, wees daar blij mee.

Ik ben zielsgelukkig met de komst van dit spruitje! En we voelen ons gezegend met het gemak waarmee ik zwanger ben geworden. Van dat geluk zijn we ons enorm bewust! Neemt niet weg dat m’n bekkenklachten über kak zijn.

Niet zo klagen, je hoeft nog maar een paar weken.

Ik klaag niet. Vraag het maar aan m’n familie die bijna 24/7 om me heen is. Ik maak er zelfs vaak grapjes over. Bijvoorbeeld over het enorm slome tempo waarmee ik loop, over hoe ik van 14 keer kotsen in een dag bijna naadloos overging in niet meer kunnen lopen en over de nesteldrang die flink aanwezig is, maar waar ik niks mee kan doen (behalve dan 88 armbandjes knopen). We kunnen er maar beter om lachen toch? En een keer op m’n blog vertellen hoe het met me gaat (zoals je hier leest) is niet klagen.

Lieve opmerkingen

Gelukkig zijn er ontzettend veel lieve mensen die wel fijn reageren. Wat vervelend, sterkte, ik denk aan je. Dat wil je als zwangere horen als het niet helemaal lekker gaat. Ik weet namelijk heus wel dat ik gezegend ben met mijn zwangerschap. En het cliché dat het alle klachten waard is, is in mijn geval absoluut waar. Onze kinderwens is nu eenmaal erg groot. En als het niet lukt om zwanger te worden, maar je wel heel graag wilt, dan denk je waarschijnlijk ‘doe mij die bekkenklachten maar!’. Dat snap ik helemaal!

Maar ik moet wel iedere minuut van de dag dealen met de pijn en het schuldgevoel. Aan de ene kant ben ik super blij met de komst van ons tweede kindje, maar ik baal ook heel hard van hoe slecht m’n lichaam dit trekt. Dit in combinatie met een flinke dosis hormonen zorgt regelmatig voor een overweldigend schuldgevoel. Naar Roan toe, omdat ik hem niet meer kan verzorgen en de aandacht kan geven die ik hem wil geven. Naar Joost toe, omdat hij zo ongeveer alles in huis moet doen. Naar m’n ouders en zusje toe, omdat zij voor dag en dauw klaarstaan om me met alles te helpen. En dat allemaal omdat Joost en ik een tweede kindje willen. Dat is egoïstisch van ons en ik voel me dan een slechte moeder, vrouw, dochter en zus.

Leed is relatief

En ook deze blog post is geen geklaag. Dit is simpelweg vertellen hoe het gaat en in welke situatie ik (en vele anderen!) zit. Al het leed is namelijk relatief. Als iemand baalt van fietsen door de regen of de vertraging met de trein, beseft diegene heus wel dat er ergere dingen zijn. Maar dan mag diegene toch nog wel opmerken dat ‘ie tot op haar stringetje is nat geregend?

Het is goed om stil te staan bij het erge leed in de wereld, om zo voor jezelf te beseffen hoeveel geluk je hebt. Zo merken Joost en ik ook regelmatig op dat we boffen met Roan, baby 2, een nieuw huis en de reis van afgelopen jaar. Maar als Joost vervolgens z’n grote teen stoot, zeg ik ‘oh wat vervelend’ en niet ‘wees blij dat je geen Syrische vluchteling bent’.

Herken je je in mijn verhaal? Heb jij wel eens dit soort opmerkingen te horen gekregen?