Ongeveer drie jaar geleden plantte ik de stationwagen van Joost midden op de snelweg bijna tegen een andere auto. Het was vrijdagmiddag, vroege spits, en we waren op weg naar Zuid-Limburg voor een weekendjes fietsen. Ik reed en bij Rotterdam – waar meerdere snelwegen samen komen – voegde ik in zonder goed te kijken. Als de auto schuin achter mij ook niet goed had opgelet, was het mogelijk heel anders afgelopen. Gelukkig was hij wel scherp en ontweek hij mij op het nippertje. Ondanks de goede afloop, was het voor mij een eye opener. Ik was vanaf dat moment bang om auto te rijden.

caravan

Iedereen heeft zijn eigen taak: Roan slaapt, Joost rijdt heel geconcentreerd en ik maak duizend foto’s.

Rijangst: een ongeluk is zo gebeurd

Ik werd me in één keer bewust van het gevaar dat autorijden heet. Natuurlijk had ik beter moeten opletten, absoluut, maar een foutje is zo gemaakt. Binnen no time zit je tegen een andere auto aan of plat tegen de vangrail. Daar is heel weinig voor nodig.

Joost ruilde zijn Opel station niet veel later in voor een nog groter exemplaar en dat hielp ook niet mee. Ik durf nu alleen nog de voor mij bekende routes te rijden. En als ik moet rijden, ben ik soms al uren voor vertrek zenuwachtig. Ook liggen er sindsdien babydoekjes in de auto – ja dat was al voor Roan z’n komst – omdat het stuur helemaal vies wordt van mijn klamme zweethandjes.

Ik ben dus bang om auto te rijden

Als ik de bob ben, zit ik me tijdens het feestje al druk te maken over de terugweg. Sterker nog, de hele dág maak ik me over die terugrit druk. En omdat Joost dan natuurlijk lekker aan het bier gaat, kan hij het ook niet van me overnemen als het me te veel wordt.

Hartstikke nachtblind, dat ook nog

‘Joost, die lampjes hè, zie jij die ook als één grote sterblur?’, vroeg ik terwijl we net de snelweg op reden. Joost wilde dat ik direct naar de kant ging. Ondanks de dertig biertjes die hij naar binnen had gegoten, zag hij het verkeer scherper dan ik. Ik ben doorgereden, maar Joost was wel in één klap een hele alerte bijrijder geworden.

Toen we het caravanplan bedachten, was het dan ook totaal geen optie dat ik zou gaan rijden met die huge ass caravan. Joost vindt autorijden gelukkig helemaal prima (oké, ’t nuchter moeten blijven vindt ’ie minder tof).

Therapeutisch rijden om rijangst te overwinnen

Ik wil er wel graag van af, van die rijangst, dus soms rij ik een stukje in de Skoda. Met Joost naast me die met me meekijkt als ik moet invoegen. Het is dan meer therapeutisch. Zodat als er wat gebeurt met Joost, ik wel kan rijden en ik het niet helemaal ben verleerd.

Kleine bekende stukjes lukken wel, maar ik vind autorijden nog steeds absoluut niet leuk. En met die huge ass caravan achter de auto ga ik dus echt no way de weg op.