De eerste jaren van m’n studententijd stond ik eigenlijk alleen maar te hossen. Ik was bang om iets te missen en afzeggen gebeurde dan ook nóóit. Enthousiast riep ik overal JAAAAA op. Kroegje daar, shotje hier, doe nog maar een meter bier! Druk druk druk met alles behalve studeren, tot een tentamen naderde en oh jee paniek. Maar niet getreurd, want in die jaren kon ik ook met succes een tentamen halen na 2 uur slaap en een enorme hoeveelheid alcoholische versnaperingen.

Tegen het einde van m’n bachelor begon ik echter te merken dat ik een jaartje ouder werd. Ik kreeg katers. Soms zelfs tweedaagse katers. En niet meer alleen hoofdpijn-katers (paracetamolletje en gaaaaan), maar echte ik ben compleet platgewalst door een vrachtwagen en lig de hele dag te kotsen-katers. Zo richting m’n afstuderen was mijn bierresistentie al zo flink gedaald dat ik na een flinke doorhaalnacht minstens 24 uur slaap nodig had om weer enigszins te functioneren. Meer dan op de bank hangen met voor de 88e keer de film Twilight voor m’n snufferd kwam ik dan niet.

Dat soort dagen kon ik me niet meer permitteren (m’n master vroeg toch wel iets meer inzet en aanwezigheid), dus ik ging kroegavondjes last minute afzeggen. Ik stond inmiddels bekend als diegene die heel hard riep overal bij te zijn, maar uiteindelijk toch de sjaakafhaaktruc deed. En daar baalde ik hard van. Langzaam begon ik te beseffen dat ik kritischer moest zijn met m’n enthousiaste ben er bij geroep. Daarna riep ik op alle wilde plannen: ik ben een ovb-tje!

Afzeggen

Deze foto is gemaakt tijdens een niet nader te noemen LEGENDARISCH hockeytoernooi. Niet dat we ook maar een hockeystick hebben aangeraakt… Maar het was een mooie avond. Mijn camera had z’n beste tijd gehad. Zoals je ziet ging de sluiter niet helemaal meer open…

Ik ben inmiddels enorm burgerlijk, maar die afzegmisère vind ik nog steeds helemaal niks. Tijdens het spugen vorig jaar heb ik het vervloekt. Lag ik voor de 6e keer die dag de wc te knuffelen, moest ik weer wat afzeggen en nog een smoes bedenken ook. Afgelopen maanden met m’n rug dacht ik verstandig te zijn door gewoon nergens meer ja op te zeggen.

Maar laatst durfde ik het toch weer aan. Vriendin C zou komen lunchen. Ik had het precies goed getimed: na Hummels gebruikelijke tweede dutje, zodat ik tijdens zijn eerste en tweede dut wel genoeg werk kon verrichten en daarna zonder werkstress met haar kon lunchen. Liep dat even anders…

Het ging bij Hummels eerste dutje al mis. Na een uur was ‘ie wakker. Vreemd, maar geen ramp, dat zou hij bij zijn tweede dut vast inhalen door een extra uurtje te slapen. Dan kon ik m’n werk wel afronden.

Hahahahahah TUUUUURLIJK…
Helaas, ik moest vriendin C afzeggen.

Ik had me er zo op verheugd! Ik had er zelfs een mooi pakje voor aangedaan, eens een keer niet m’n standaard uniform. En zo zat ik in m’n fraaie bloesje met van die enorme uithalen te huilen (iets met hormonen…). Hummel keek me verbaasd aan. ‘Nee schatteke, het ligt niet aan jou’, bracht ik tussen de huilhikjes uit, ‘ik haat afzeggen’.

Ik heb m’n hoofd een beetje gefatsoeneerd, zonnebril op, Hummel en m’n laptop in de wandelwagen, hop naar m’n moeder. Oma kon oppassen terwijl ik m’n werk afmaakte. En wat deed Hummeltje? Die ging daar uuuuren liggen slapen.