M’n kleintje huilt veel, want hij zit vlak voor een sprongetje: ik hoor dit soort teksten regelmatig om me heen als het gaat over een huilende of moeilijk etende of slapende baby. Hiermee wordt de sprongetjestheorie van professor Plooij bedoeld, beschreven in zijn boek ‘Oei, ik groei’.

Sprongetjes en HHH

Het idee achter zijn theorie is dat een baby in korte tijd flinke ontwikkelingspurten doormaakt. En dat is heavy shit voor zo’n kleintje! Vlak voor een baby zo’n spurt krijgt, is hij of zij dan ook even compleet van de wap. Resultaat is Huilerigheid, Hangerigheid en Humeurigheid (HHH) én een onzekere moeder die zichzelf troost met het idee dat haar baby de volgende dag ineens kan omrollen/kruipen/puzzelen/et cetera.

Een beetje zoals wij al vier maanden bij ieder onverklaarbaar huiltje roepen ‘het zal wel een tandje zijn’. En toen hij laatst heel hard aan het krijsen was, merkte ik op: ‘Zo, denk dat z’n verstandskies doorkomt!’ Maar Roan is met ruim 8 maanden nog hartstikke tandloos.

Oei, hij groeit...

Oei, hij groeit…

Die sprongetjes zijn grote onzin

Laatst zat ik met een vriendin te kletsen. Ze is met haar master pedagogiek bezig en vertelde honderduit over het wel en wee van studeren. Geen idee wat de aanleiding was (het studentenleven en huilerige baby’s kan ik niet helemaal linken), maar we hadden het over het Oei, ik groei-boek. ‘Het eerste wat we leren op de opleiding is dat dit boek de grootste onzin ever is’, zei ze.

Ik kreeg wat artikeltjes (klik en klik) van d’r doorgestuurd. Wat blijkt: de auteur – dhr Plooij, een wetenschapper en hoogleraar – blijkt zijn theorie niet wetenschappelijk te kunnen onderbouwen. Zijn promovenda ontdekte dit, zij werd door hem zwart gemaakt in de media, maar uiteindelijk is Plooij ontslagen.

Een baby handleiding?

De man is zijn betrouwbaarheid duidelijk verloren. Toch wordt het boek nog steeds veel gelezen door kersverse moeders die op zoek zijn naar een handleiding voor hun baby. Helaas, een baby heeft geen handleiding.

Het klopt wel dat alle baby’s zo ongeveer dezelfde ontwikkeling doorlopen – ze gaan immers allemaal wel een keer lopen (uitzonderingen daargelaten maar we hebben het hier over gemiddeldes) – maar iedere baby doet dit op zijn of haar eigen tempo. En het is blijkbaar niet aangetoond dat hier een HHH-moment aan vooraf gaat. Er kan dus geen sprake zijn van een zoveelwekensprong.

Hij kan nog niet zelf omrollen!

Een voorbeeldje. Bij de 19 wekensprong (4,5 maand) staat op pagina 108 ‘Rolt zelf om van buik naar rug. Rolt zelf om van rug naar buik.’ Nou, aan alle moeders die zich in al hun onzekerheid vastklampen aan de sprongetjestheorie: no worries, niet alle babies kunnen dit al met 4,5 maand en dat is he-le-maal niet erg!

Pagina 171 uit Oei, ik groei

Pagina 171 uit Oei, ik groei

Ook vrij bizar: bij de 37 wekensprong (8,5 maand, precies Roan) staat een heel lijstje met ‘kenmerken’. De lijst is zo lang en zo algemeen, er zit altijd wel iets tussen dat op iedere willekeurige baby van toepassing is. Als ik het lijstje zo zie, kan ik ongeveer een kwart afvinken voor Roan. Maar driekwart dus niet. En een aantal dingen had Roan juist maanden geleden. Wat zegt dit dan over Roan of over jouw baby? Helemaal niks!

Met 8 maanden praten?

En wat zou Hummel moeten kunnen na deze zogenoemde 37 wekensprong? Op pagina 177 staat o.a. ‘Zegt woordjes na’. Seriously?! Hij is 8 maanden! Verder dan tatata, mamama en dadada komt hij niet. Als hij ons zou nazeggen had hij ondertussen wel ‘papa’ en ‘existentiële fenomenologie’ gezegd.

Hé, op de volgende pagina staat:

Oei, ik groei

Uit Oei, ik groei, pagina 179

Ohja, zo kan ik ook een theorie bedenken. Dit en dat moet hij kunnen, maar als het niet zo is, dan kan hij dit vast over een paar maanden. Hij schopt dus zijn eigen theorie al omver.

En goederen in een winkel?! Hu? Oké, dat terzijde.

Kan het Oei, ik groei boek de prullenbak in?

Kan het boek dan helemaal de prullenbak in? In Oei, ik groei staan gelukkig wel wat leuke tips over spelletjes die je kunt doen met je kindje, zoals “Bouw eens een toren voor je baby, zodat hij de blokken er een voor een kan afhalen” (p 181). Al zou Roan de gehele toren in één keer omver smijten…

Ben je nieuwsgierig naar de gemiddelde (!!) ontwikkeling van een baby, dan kun je het boek ook raadplegen. Maar dat zo’n ontwikkelingsspurt altijd vooraf gaat aan huilerig en hangerig gedrag en dat dat voor alle kindjes zo ongeveer rond dezelfde leeftijd is, dat lijkt me sterk (en is dus ook niet wetenschappelijk aan getoond!).

Voor moeders die nu denken OMG jij k*@#$%^&ijfonthoud dat alle baby’s wel eens huilen. Soms slaapt en eet je baby slecht. Dat hoort erbij. Maar het komt allemaal goed, ook zonder geruststellende sprongetjes!