Als je eenmaal papa en mama bent, verandert je taalgebruik. Je gaat de suffe mama-vorm gebruiken, praat met hogere stem en kraait onzindingen uit als koediekoediekoedie. Nou kan Joost heel stoer beweren dat hij daar niet aan meedoet – en ik heb hem inderdaad nog niet vaak betrapt op overdreven babytaal – maar ik wel heb de volgende uitspraken genoteerd:

  1. Roan was enkele weken oud en sloeg zichzelf voortdurend tegen z’n hoofd met zijn eigen handjes, waarop Joost zei: ‘Wat doe je Roan? Dat is toch niet efficiënt.’
  2. Roan heeft inmiddels echte babyspekjes met van die schroefdraadpolsjes. ‘Ontzettende Boeddhababy! Je moet op dieet!’
  3. ‘Zeg maar papa, papa, papa.’ En dat dan 88 keer per dag.

gekke uitspraken

  1. Ik was een avondje weg geweest en Joost had onze baby naar bed gebracht. De volgende ochtend trof ik Roan in een rompertje aan dat helemaal onder de tomatensaus zat. Dat Joost hem niet even een schoon rompertje aan had gedaan, liet ik maar gaan, maar ik vroeg me wel af hoe dat kwam, want Roan had sperzieboontjes op (=groen). ‘Dat is van mijn pizza’, antwoordde Joost. Hij richtte zich tot Roan: ‘Ja, jij smeert mij onder dus dan mag ik jou ook onder smeren.’
  2. Roan zit losjes bij Joost op schoot en kukelt bijna om. Ik schiet nog net op tijd naar hem toe om hem op te vangen. Boos kijk ik Joost aan. Zegt ‘ie tegen Roan: ‘Dan kan mama wel zo panisch doen, maar je doet het zelf hoor Roan!’
  3. Tijdens het geven van fruit en groente met een lepeltje schieten de handjes van Roan altijd richting het lepeltje. Als hij het lepeltje te pakken krijgt, betekent dat één grote bende en geen eten in zijn mondje. Met voeren is het dus noodzaak om z’n grijpgrage handjes te ontwijken. Dat valt niet altijd mee. Joost waarschuwt Roan dan ook nog één keer: ‘Ik ga zo je handjes ductapen hoor!’

gekke uitspraken

  1. Joost wil Roan eten geven en vraagt hem: ‘Doe je slab eens om.’ Na een minuut, met een heel serieuze blik: ‘Hé, je zou je slab toch om doen?’
  2. Joost begroet Roan standaard met: ‘Hé hallo krullenbol!’. Roan is bijna helemaal kaal en die paar haartjes die hij heeft, zijn alles behalve krullend.
  3. ‘Wil je morgen uitslapen of zondag?’, vraag ik aan Joost. Heel serieus antwoordt hij: ‘Ach, laten we gewoon allebei op zolder slapen vannacht.’ En tegen Roan: ‘Je maakt zelf maar je fles klaar morgenochtend.’
  4. Nadat Roan 13 uur aan één stuk heeft geslapen (jetlag…), is hij uiteraard hard aan het piepen van de honger. Ik ben druk in de weer om zijn papfles te maken, waarop Joost tegen Roan zegt: ‘Wat een ontzettende baby ben je ook!’.

Zegt jouw man of vriend ook wel eens rare dingen tegen jullie baby?